Liberaal Groen bespreekt de warmtetransitie in gemeenten met Alisha Müller

Marijn J. de Vries avatar
Liberaal Groen webinar over de warmtetransitie in gemeenten

De overgang naar een aardgasvrije gebouwde omgeving wordt voor gemeenten steeds concreter, maar vraagt om een scherpe liberale blik.

Om de politieke koers hierin te verkennen, ging Team Energie van Liberaal Groen op dinsdag 8 september langs bij Alisha Müller en Lucas Rib in de Tweede Kamer. Alisha voert namens de VVD-fractie het woord over energie- en klimaatbeleid. Lucas is haar persoonlijk medewerker én gemeenteraadslid voor de VVD in Haarlemmermeer.

In aanwezigheid van een grote groep raadsleden en geïnteresseerde VVD-leden bespraken we in een webinar de actuele impact van de Wet gemeentelijke instrumenten warmte (Wgiw) en de Wet collectieve warmte (Wcw) — en de uitdagingen die hier voor de VVD landelijk en lokaal bij komen kijken.

Warmtenetten zijn een middel, geen doel

Gemeenten moeten binnenkort Warmteprogramma’s vaststellen waarmee wijken stapsgewijs van het gas worden gehaald. De reflex is vaak om een traditioneel warmtenet als dé oplossing te kiezen. Voor Liberaal Groen zijn warmtenetten echter een middel en geen doel op zich. De warmtetransitie vraagt — zeker gezien de uitdagingen omtrent netcongestie — om een pragmatische mix van middelen, zoals groen gas, individuele warmtepompen en innovatieve collectieve concepten. Dat kunnen bronnetten zijn, maar ook gesloten bodemlussen of aquathermie.

Ons doel is een efficiënt en stabiel energiesysteem, en zeker niet het optuigen van (publieke) warmtebedrijven.

Een sterk aanbod maakt dwang overbodig

Betaalbaarheid en keuzevrijheid zijn voor de VVD twee absolute fundamenten. De Wgiw geeft gemeenten de bevoegdheid om wijken aan te wijzen die over acht jaar van het gas afgaan. In het webinar lichtte Team Energie toe dat het gebruik van deze dwang gebonden is aan de voorwaarde dat een betaalbaar alternatief voorhanden moet zijn. Dat kan een collectieve oplossing zijn, maar een eigen individuele oplossing blijft nog steeds mogelijk.

De transitie slaagt pas als de businesscase voor de eindgebruiker én het warmtebedrijf klopt. Als een warmtebedrijf een betaalbaar en betrouwbaar aanbod realiseert, is de inzet van de voornoemde instrumenten niet alleen billijk maar ook noodzakelijk om de kosten voor de nog overgebleven gasnetgebruikers niet onevenredig op te laten lopen.

Minimaliseer publieke risico’s

De Wcw bepaalt dat grote warmtenetten — vanaf 1.500 aansluitingen — voor minimaal 50 procent in publieke handen moeten komen. (Dat is dus een lagere grens dan bijvoorbeeld elektriciteits- en gasnetten die volledig publiek worden beheerd.)

Het runnen van een warmtebedrijf is niet de core business van gemeenten en het strekt daarom tot de aanbeveling om de samenwerking op te zoeken met een partij die daar ervaring mee heeft. Dat kunnen private bedrijven zijn, maar ook publieke netbeheerders of een niet-commerciële afvalverwerker zoals HVC.

Het publieke karakter van warmtenetten brengt het risico met zich mee dat verstrekkende financiële garanties worden afgegeven voor de ‘eigen’ warmtebedrijven. Die verschijnen niet direct op de begroting van de gemeente, maar kunnen wel grote financiële gevolgen hebben. Team Energie vindt dan ook dat terughoudend met dit instrument moet worden omgegaan.

De impasse doorbreken

Tot slot benadrukte Alisha dat de lokale uitvoering stagneert. Gemeenten krijgen complexe businesscases voor warmtenetten niet rond. Dan helpt het niet dat de Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen in 2027 afloopt.

Bovendien zorgt de trage ontkoppeling van warmtetarieven ten opzichte van de volatiele aardgasprijs (verwachting: 2030–31) voor twijfel bij inwoners. We bespraken de noodzaak van sturing en financiering door het Rijk om deze impasse te doorbreken.