Jean Aerts en Nick Ottens van Team Voedsel van Liberaal Groen en Bas Peeters van Team Water bezochten vrijdag samen met Statenleden van de VVD Brabant Delta Agrifood Business en Protix in Bergen op Zoom.
Delta Agrifood Business is een open innovatie- en expertisecentrum van bedrijfsleven en onderwijs op het gebied van plantaardige innovatie. In dit voormalige Suikerlab van Cosun kunnen ondernemers met ideeën voor de eiwittransitie, gepersonaliseerde voeding en verduurzaming van verpakkingen terecht voor project- en vergaderruimtes, klimaatkassen en laboratoria. Er zijn start-ups gevestigd die innoveren met algen, plantaardige alternatieven voor seafood en vertical farming, maar ook een bedrijf dat werkt aan 3D-fooddesign. Cosun en andere grote bedrijven zoals Lamb Weston en Rijk Zwaan helpen mee.
Dominique Hopmans, VVD-wethouder voor onder meer economie en werkgelegenheid in Bergen op Zoom, praatte ons enthousiast bij over de kansen van innovatie in plantbased food én nonfood voor de regio. De vruchtbare kleigrond en strategische ligging, nabij de havens van Antwerpen en Rotterdam, hebben West-Brabant van oudsher sterk gemaakt in de productie en verwerking van aardappelen, vollegrondsgroenten en suikerbieten. Volgens Hopmans was er al lang veel initiatief en bedrijvigheid, maar ontbrak het aan coördinatie en leiderschap.
Daarom is de Economic Board West-Brabant opgericht. Bergen op Zoom werkt in dit verband samen met buurgemeenten, bedrijven en kennisinstellingen. De Economic Board financiert Delta Agrifood Business. De regionale ontwikkelingsmaatschappij REWIN is belast met de uitvoering van de strategie om West-Brabant dé hotspot in Europa te maken voor plantaardige innovatie en opschaling. Bob Houpst en Willem van de Plas vertelden ons over hun aanpak, Het Plantbased Netwerk en het potentieel van de plant.
Alles uit de plant halen
Dat gaat verder dan voedsel. Denk aan plantaardige bouwmaterialen of als alternatief voor plastic verpakkingen. Soms is de nodige verwerking relatief eenvoudig. Soms komen daar de modernste technieken bij kijken, zoals gentech en precisiefermentatie. Vorig jaar leerde Liberaal Groen al bij Planet.Bio in Delft dat genetisch gemodificeerde bacteriën afval en reststromen kunnen omzetten in duurzame brandstoffen en eiwit.
De suikerbiet is voor West-Brabant een bekend voorbeeld. Er wordt suiker en stroop van gemaakt voor consumenten. Maar de suiker en vezels zijn ook een grondstof voor bijvoorbeeld cosmetica. De melasse kan worden gefermenteerd of vergist. Met de pulp kan ook papier worden gemaakt. Het bietenblad is inzetbaar als groenbemester.
Gelijk speelveld
Hopmans benadrukte het belang van een gelijk speelveld voor plantaardige innovatie. Daar is nu overheidssteun voor nodig, zoals West-Brabant dat via de Economic Board en REWIN organiseert. Private investeerders zijn in Europa minder bereid om risico’s te nemen dan in de Verenigde Staten, ook omdat start-ups hier minder snel doorgroeien tot scale-ups. Een probleem waar Liberaal Groen maar al te bekend mee is, en een reden waarom we ook dit jaar weer een Green Entrepreneurs Pitch organiseren om groene ondernemers onder de aandacht te brengen van investeerders en politici. (17 april in Amsterdam, zet de datum alvast in je agenda.)



Wet- en regelgeving spelen een rol. De grondstoffen van morgen worden nu nog vaak als ‘afval’ aangemerkt. Goedkeuring van novel foods kan in de EU jaren duren. De beperkte ruimte in Nederland speelt ook mee. Op ongeveer de helft van ons landbouwareaal grazen dieren. Nog eens 10 procent wordt gebruikt om veevoer te telen. En er is krapte op het stroomnet. Het risico is dat bedrijven ervoor kiezen om elders op te schalen. Dan loopt Nederland banen en uiteindelijk ook kennis mis.
Wat kan het volgende kabinet doen? Natuurlijk meer geld vrijmaken voor innovatie en opschaling, maar bijvoorbeeld ook als ‘launching customer’ optreden van nieuwe, plantaardige producten. Dat zou bedrijven iets meer zekerheid geven over hun toekomstige afzet, wat private investeerders over de streep kan trekken om hun opschaling (mede) te financieren.
Link tussen productie en consumptie
We bespraken nog een schijnbare paradox: terwijl West-Brabant groot is – en groter wordt – in plantaardige productie, blijft plantaardige consumptie in de regio achter. Van fruit en groenten, maar ook van plantaardige vlees- en zuivelvervangers. Eén op de drie West-Brabanders kampt volgens de GGD met ernstige beperkingen door gezondheidsklachten. Daar zijn vele oorzaken van, waaronder ongezonde voeding. De gevolgen zijn hogere zorgkosten, maar bijvoorbeeld ook meer uitval door ziekte op werk.
Liberalen bemoeien zich liever niet met de eetkeuzes van mensen, en de Brabantse VVD’ers spraken de hoop uit dat naarmate werkgelegenheid in de plantaardige sector toeneemt ook eetpatronen zullen veranderen. Team Voedsel van Liberaal Groen ziet een link tussen verduurzaming van onze voedselproductie en het stimuleren van gezondere voedselconsumptie. Er is immers een wisselwerking tussen aanbod en vraag. We wakkeren de ideevorming hierover binnen de partij graag aan.
Zo bevatte onze inbreng op het meest recente verkiezingsprogramma van de VVD voorstellen om meer aandacht te besteden aan gezonde voeding op school, zoals met (zelfgekookte) maaltijden. Ook zouden wij gemeenten de bevoegdheid geven om te voorkomen dat het aanbod van fast- en snackfood in de omgeving van kinderopvang en scholen verder toeneemt. We zijn blij dat deze ideeën in het programma zijn overgenomen! Toen hij nog staatssecretaris voor jeugd en preventie was, spoorde Vincent Karremans supermarkten ook aan om meer producten uit de Schijf van Vijf te verkopen.
We vragen ons wel af of stimuleren genoeg is? En zo niet, wat is dan nog steeds liberaal beleid om het aanbod van, en de vraag naar, gezond en duurzaam voedsel verder te laten groeien? Laat voedsel@liberaal-groen.nl vooral weten hoe deze discussie in jouw lokale of regionale netwerk wordt gevoerd! Wij zijn de collega’s in Bergen op Zoom en de Staten van Brabant alvast dankbaar voor het delen van hun inzichten.
Circulair met insecten
Na een plantaardige lunch verzorgd door de bedrijven van Delta Agrifood Business reden we door naar Protix, dat de zwarte soldatenvlieg inzet om reststromen te verwerken tot eiwitten en vetten voor het voer van dieren in de veehouderij, aquacultuur, maar ook huisdieren.




De larven van de zwarte soldatenvlieg zijn bijzonder gulzig en efficiënt. Stijn Harms en Christian Sijbinga vertelden ons dat de larven van alles eten: huis-, tuin- en keukenafval, maar ook mest en organische reststromen uit de levensmiddelenindustrie. Ze onderscheiden zich van andere soorten door een hoge mate van ‘conversie’ oftewel omzetting. Per 2 gram voer groeien de larven 1 gram lichaamsmassa.
Zodra de larven volgroeid zijn, worden ze in koud water ondergedompeld. Dan vallen de beestjes ‘in slaap’. Vervolgens worden ze gezeefd en verwerkt tot voer. Het substraat waar de larven in hebben geleefd, kan ook nog worden ingezet als bodemverbeteraar. Of het wordt vergist om groen gas op te wekken.
Minder dan 1 procent van de larven groeit uit tot vlieg. De zwarte soldatenvlieg leeft maar een dag of tien. In die tijd paren ze om weer nieuwe larven te maken.
Kansen in viskweek
Petfood is voor Protix een grote markt. Eiwit van insecten is bij uitstek geschikt voor hypoallergeen honden- en kattenvoer. Een niche is Oerei, te koop bij Jumbo.
Het bedrijf ziet echter vooral kansen in de aquacultuur. Door grote volumes vismeel te produceren met insecten, kan Protix kringlopen sluiten en zowel ontbossing als overbevissing tegengaan. Vismeel wordt namelijk gemaakt van zowel soja uit Zuid-Amerika als bij- en wildvangst van de visserij. (Sommige gekweekte vissoorten eten alleen plantaardig. Andere, zoals de meerval en zalm, zijn van nature carnivoren.)
Protix levert niet aan grote fabrikanten van veevoer. In de EU vallen insecten namelijk onder dezelfde wet- en regelgeving als landbouwdieren. Ook de regels voor hun voeding. (Droge) reststromen uit de levensmiddelenindustrie, zoals deeg, koek en snoep, worden verwerkt tot veevoer. (Natte) reststromen uit de industrie, retail en horeca niet, omdat hier ook dierlijke restproducten tussen kunnen zitten.
Harms en Sijbinga zouden veel liever die laagwaardige reststromen aan hun larven voeren. Dan zou Protix hier niet concurreren met bijvoorbeeld varkensboeren, maar met vergisters.
In Amerika en Korea kan dat wel. Samen met Tyson, één van de grootste vleesbedrijven ter wereld, bouwt Protix een fabriek in de Verenigde Staten. In Korea werken ze juist samen met een lokale afvalverwerker. Dat land is zowel beleidsmatig als commercieel al verder in de transitie naar een circulaire economie.
Liberaal Groen dankt de VVD Brabant, wethouder Hopmans, REWIN en Protix voor een informatieve middag! Het motiveert om te zien hoe bedrijfsleven en politiek in West-Brabant samenwerken aan een groenere economie. En wij hebben weer veel kennis opgedaan om verder te delen binnen de partij.




