Reactie op discussiestuk Klaas Dijkhoff ‘Liberalisme dat werkt voor mensen’

Reactie van het thematisch netwerk Liberaal Groen op het discussiestuk van Klaas Dijkhoff, ‘Liberalisme dat werkt voor mensen’’, dat tot doel heeft richting te geven aan de partij in de komende jaren.

Liberaal Groen heeft zich daarbij toegelegd op een reactie op één specifieke alinea, op pagina 13, namelijk deze:
Als we nu weten dat onze kinderen en kleinkinderen in de toekomst problemen krijgen met de kwaliteit van de lucht, de energieafhankelijkheid van onvriendelijke buitenlanden en verslechtering van klimaat en milieu, dan willen we die problemen voorkomen. Niet vanuit een heilig geloof, een schuldgevoel of een veroordeling van hoe we nu ons leven inrichten, maar vanuit het optimisme dat technologie en verandering ons kansen bieden deze problemen aan te pakken zonder mensen op kosten te jagen of verboden en plichten op te leggen in je levensstijl. Klimaat is voor ons een technisch probleem dat we technisch moeten aanpakken. Daarbij hoort geen vermenging met politieke meningen over levensstijl of politieke taboes op technologie. Wij bestrijden partijen die het klimaatprobleem misbruiken om vrijheid af te nemen. Wij werken aan oplossingen die Nederland meer baas maken over eigen energie en ons onafhankelijker maken van Russen en Arabieren. Aan oplossingen die onze levensstijl mogelijk maakt met minder schade voor het milieu. Door geld dat we anders naar het buitenland zouden overmaken voor olie en gas in te zetten om in Nederland energie op te wekken en onze huizen warm en comfortabel te houden. Je hoeft niet korter te douchen, het water is net zo warm als nu, je hoeft niet met een schuldgevoel het vliegtuig in en je balletje mayo smaakt nog net zo lekker als nu. Je kiest zelf of je 130 km/h vroemt of zoemt, of je tankt of laadt, of je vliegt of treint. We pakken het probleem aan, maar jagen mensen niet op kosten.
Deze alinea herbergt in onze ogen een aantal aannames en opvattingen die niet geheel juist of volledig zijn, en die vragen om aanpassing van het discussiestuk:

  1. Het klimaat is niet een technisch probleem: was dat maar zo, dan was het eenvoudig oplosbaar. Het klimaat is allereerst een breed mondiaal maatschappelijk probleem, mede veroorzaakt door:
    a. de wijze waarop onze westerse economie is ingericht (geënt op fossiele brandstoffen) en alle financiële belangen die daarmee samenhangen;
    b. het streven naar het westerse niveau van welvaart van opkomende economieën en daarmee gepaard gaande uitstoot van broeikasgassen en druk op milieu;
    c. de groeiende wereldbevolking die een steeds groter impact heeft op ons leefklimaat, en die in combinatie met extremere weeromstandigheden ook resulteert in toenemende migratiestromen, conflicten, enz.
    Willen wij derhalve het klimaatprobleem oplossen, dan vraagt dat om dat een integrale aanpak: sociaal, economisch, maatschappelijk, technisch, fiscaal, ruimtelijk etc.
  2. Het klimaatprobleem is bovendien niet het enige probleem: het verlies aan biodiversiteit en de schaarste van grondstoffen zijn minstens zo majeure vraagstukken, die allemaal samenhangen met bovengenoemde oorzaken. Die vragen ook om transities binnen de gehele keten: van productie tot consumptie. Een transitie van lineaire systemen naar circulaire varianten binnen alle economische sectoren, van onze agrofoodsector tot aan de bouw.
  3. Om de problemen aan te pakken moeten we onze manier van produceren en consumeren aanpassen. Dat is een opgaven voor iedereen: voor bedrijven, de overheid, burgers en consumenten. De boodschap aan de kiezer dat alles hetzelfde blijft, zich niet druk hoeft te maken – want anderen lossen het wel op -is onjuist. De boodschap moet zijn dat de grote uitdagingen die samenhangen met klimaat en natuur allemaal moeten helpen oplossen, en dat het ieders verantwoordelijkheid is daaraan bij te dragen. Het kan hierbij goed zijn dat we er op comfort niet op achteruit gaan, want we zijn begaafd en inventief, maar het is wel te verwachten dat dingen gaan veranderen. Bijvoorbeeld dat we minder gaan vliegen en meer met de trein gaan. We zullen mensen nergens toe verplichten, dat is niet liberaal, maar we houden mensen in hun consumptiegedrag wel verantwoordelijk. Dat gaat beter als we voor de producten en diensten die we afnemen, de ware prijs betalen. Bijvoorbeeld voor CO2- uitstoot. De overheid heeft hierin een rol door een gelijk speelveld te creëren voor alle partijen, producten en technologieën. Zo kan de duurzame keuze wél eerlijk
    concurreren en financieel op eigen benen staan, zonder bijvoorbeeld subsidies. Zie het als een aanpassing van de regels om de markt beter te laten functioneren. Hetzelfde principe geldt voor de transitie naar een circulaire economie. Door belasting in plaats van op arbeid, te heffen op grondstoffen, stimuleert de overheid het om beter om te gaan met schaarse grondstoffen en voorkomen we waardeverlies in wat nu vaak onnodig eindigt als afval. Samengevat: Consumptie met een grote klimaatimpact, zoals vliegen, zal hoe dan ook duurder worden, want die maatschappelijke kosten worden volgens het principe ‘de vervuiler betaalt’ doorberekend. Tegelijkertijd dagen we bedrijven uit om met goede oplossingen te komen, zodat het leven juist niet duurder wordt.
  4. Wat in de alinea in het discussiestuk niet staat, maar er wel in thuis hoort, is bovendien het punt dat al deze mondiale uitdagingen natuurlijk niet door Nederland alleen kunnen worden opgelost, maar dat Nederland op dit moment wel een bovengemiddelde footprint heeft, en Nederland als geen ander dus haar verantwoordelijkheid moet nemen. Verwijzen naar de impact van China of India en zelf niets doen is geen optie. Juist door als klein land actief te zijn, creëren we ook kansen voor onze eigen economie en voor de export van onze kennis en kunde. Dat is de manier om als land straks ook te kunnen profiteren van onze inzet. We zijn een open economie, en hebben profijt van handel, misschien ook wel met landen als Rusland en het Midden-Oosten. Wie weet hoe wij die landen straks kunnen helpen met bijvoorbeeld ons watermanagement.

Den Haag, 19 juni 2019