De VVD en nucleaire energie

In de discussie in de VVD over het klimaat wordt steeds vaker weer gedacht aan kernenergie. Deze vorm van opwekking is aantrekkelijk omdat het vrijwel geen CO2-uitstoot tot gevolg heeft, in tegenstelling tot kolen of gascentrales. Tegelijkertijd roept een pleidooi voor kernenergie ook de nodige vragen op. Alvorens als partij een standpunt te formuleren, is het goed om de volgende punten te onderkennen:

  • De VVD is geen voorstander van structurele (exploitatie)steun voor welke vorm van energie-opwekking dan ook (zie de laatste verkiezingsprogramma’s).
  • Kernenergie kan niet zonder staatssteun in de vorm van investeringsgaranties, beloften om toekomstige verliezen op te vangen (bijv. veroorzaakt door calamiteiten) en garanties voor de afzetprijs van de geleverde elektriciteit. Daarbovenop komt nog steun voor de lange termijn opslag van radio-actief afval en ontmanteling van installaties, die vaak niet volledig ingecalculeerd zijn.
  • Private financiers en ontwikkelaars zijn niet te vinden voor de bouw van een centrale zonder dergelijke langdurige staatssteun en garanties. Het ontbreekt dus aan een businesscase.
  • In het VK staat de overheid bijvoorbeeld voor de kerncentrale Hinkley Point voor 35 jaar garant voor een afnameprijs die op dit moment 2x hoger ligt dan de mark Dit kost de belasting­betaler € 57 miljard. [1] Kernenergie is dus niet concurrerend.
  • De bouw van een centrale inclusief vergunningen duurt al snel 10 jaar, of langer. [2]
  • De opslag van radio-actief materiaal blijft een zorg voor toekomstige generaties.
  • Thoriumtechnologie klinkt veelbelovend, maar is dat al 10 jaar. De verwachting is dat verdere ontwikkeling tot aan toepassing ten minste nog 10 tot 20 jaar in beslag neemt. [3]
  • Vanwege de termijnen voor de bouw van kerncentrales en de ontwikkeling van thorium­tech­nologie, zijn beide opties niet relevant voor het realiseren van de huidige klimaatdoelstellingen die mikken op een reductie van 49% in 2030.

Liberale afwegingen:

  • De VVD kiest niet voor een technologie en is niet voor of tegen kernenergie. De VVD stelt doelen voor CO2-emissies. Een politieke uitspraak waarin kernenergie of thorium wordt gepromoot, past daarom niet bij de partij;
  • De VVD is tegenstander van langjarige subsidie of staatsteun, voor wind, zon, en ook voor kernenergie. Exploitatiesubsidies, garanties of structurele belastingvoordelen verstoren de markt en houden innovaties tegen. Zonder genoemde staatssteun komt kernenergie of thorium niet van de grond;
  • De VVD vindt dat tijdelijke steun kan worden toegekend aan technologieën die per Euro de meest CO2-reductie opleveren. Dat is overigens al jaren het overheidsbeleid. Kernenergie en thorium voldoen niet aan dit belangrijke criterium;

Conclusie:

Liberaal energiebeleid bestaat uit heldere doelstellingen en liberale kaders (de vervuiler betaalt /de markt waar het kan, de overheid waar het moet).  Dat beleid maakt gecontroleerd gebruik van die markt, waar de kennis en implementatiekracht zit, en laten de regie en de keuzevrijheid aan de overheid. Er is geen reden kernenergie een bijzondere behandeling te geven. Alles wat bijdraagt aan emissieverlaging is welkom, met voorrang voor de meest effectieve en efficiënte maatregelen.

Liberaal Groen, 26 januari 2019

Gijs Dröge, Gerd-Jan Otten en Wouter Verduyn

[1] Daily Telegraph, juli 2017. In 2013 was de prognose dat dit de Engelse belastingbetaler £6 miljard zou kosten. In 2017 was die prognose al opgelopen tot £50 miljard (€ 57 miljard).

[2] Wikipedia en Volkskrant 8-11-2018 schrijven over de bouw van de twee andere kerncentrales in Europa (Olkiluota in Finland en Flamanville in Frankrijk). Voor Olkiluota geldt: bouwduur 14 jaar i.p.v 4 jaar; kosten verdrievoudigd. Voor Flamanville: bouwduur 6 jaar langer dan gepland; kosten ook verdrievoudigd.

[3] https://jaspervis.wordpress.com/2019/01/26/wanneer-zijn-thoriumcentrales-commercieel-beschikbaar-als-energiebron/