,

Intensieve veehouderij heeft de boeren zelf weinig opgeleverd

Varkens

Er is veel aandacht geweest voor de 51 procent die op het VVD-congres in mei tegen de aannames van het stikstofbeleid van het kabinet stemde. Jammer, schrijven Bram Cool, voorzitter van Liberaal Groen, en Nick Ottens, lid van het Team Voedsel, in Trouw. Moties die vroegen om een brede visie op de toekomst van de landbouw, en steun uitspraken voor innovatie en maatwerk, werden unaniem aangenomen.

Visie, innovatie en maatwerk zijn broodnodig. Liberaal Groen ziet de stikstofcrisis als een kantelmoment:

We kunnen op kleinere schaal doorgaan met wat vijftig jaar geleden innovatief was. Of we kunnen, net als de generatie toen deed, vooruit kijken. Niet vasthouden aan een systeem dat boer en dier uitput, maar de kans grijpen om de veehouderij in Nederland toekomstbestendig, en misschien wel weer baanbrekend, te maken.

De druk om steeds meer voor steeds minder te produceren heeft tot kaalslag geleid op het platteland:

In twintig jaar tijd zijn vier op de tien boeren ermee gestopt. De uitstoot van ammoniak leidt tot verschraling van de natuur: er is meer grasland, er zijn minder bloemen, insecten en vogels. (Kunst)mest sijpelt door in de bodem tot dit het grondwater bereikt, wat wij weer opdrinken of boeren over gewassen sproeien. Het is goedkoper – en gunstiger voor de uitstoot – om kippen, koeien en varkens hun leven lang op stal te houden, maar welke veehouder ziet zijn dieren niet liever in de wei?

Niemand wil het platteland afschaffen. Liberaal Groen wil het platteland juist herstellen.

Daar hangt een prijskaartje aan:

Als wij in het weekend door mooi boerenland willen fietsen, waar koeien in de wei grazen, varkens in de modder afkoelen en vissen in de sloot zwemmen, moeten we bereid zijn om daarvoor te betalen. Via hogere prijzen voor kaas, melk en vlees. Want extensieve veehouderij, waarbij dieren meer ruimte krijgen en langer leven, is duur. Maar ook via subsidie op natuur- en landschapsbeheer.